Titel VII - Uitsluitings- en strafverminderingsgronden
Titel VII – Uitsluitings- en Strafverminderingsgronden – Klompstad Roleplay Wetboek
Artikel VII-1 – Algemene Uitsluitingen (39–43 SR)
In sommige gevallen wordt een persoon niet strafbaar geacht, ondanks het feit dat een strafbaar feit is gepleegd. De volgende omstandigheden kunnen leiden tot uitsluiting van strafbaarheid:
Overmacht: de dader kon door een externe, onweerstaanbare situatie niet anders handelen.
Noodtoestand: de overtreding was noodzakelijk om een groter kwaad te voorkomen.
Ambtelijk bevel: de gedraging vond plaats op bevel van een bevoegde autoriteit.
Ontbreken van schuld (ontoerekeningsvatbaarheid): de dader kon als gevolg van psychische aandoeningen of ernstige verstoringen zijn handelen niet overzien.
In al deze gevallen beoordeelt de rechter of een uitsluiting van strafbaarheid van toepassing is.
Artikel VII-2 – Vormfouten
Wanneer bij de aanhouding, fouillering of verhoor van een verdachte ernstige procedurele fouten worden gemaakt, kan dit leiden tot niet-ontvankelijkheid van de strafzaak. Hierbij geldt dat:
de fout aantoonbaar invloed moet hebben gehad op het verloop van de zaak;
bewijs dat op onrechtmatige wijze is verkregen, buiten beschouwing kan worden gelaten;
de rechter of bevoegde instantie uiteindelijk beslist over het gevolg.
Artikel VII-3 – Strafvermindering (44a.2 SR)
Onder bepaalde omstandigheden kan een straf worden verlaagd. Voorbeelden hiervan zijn:
Zelfmelding: als de dader zichzelf meldt bij de autoriteiten.
Medewerking aan het onderzoek: volledige en eerlijke medewerking kan leiden tot strafkorting.
Inkeer of spijtbetuiging: oprechte spijt en herstel van schade kunnen meewegen in de strafmaat.
De exacte strafvermindering wordt per geval bepaald door de rechter of bevoegde instantie. In uitzonderlijke gevallen kan tot 50% vermindering worden toegepast.
Laatst bijgewerkt